maandag 07 november 2011 14:00

Risicozoeker 14: Keuzecriteria Speciaal

Al vele Risicozoekers zijn we gereedschap aan het verzamelen om op een rationele manier te besluiten over voldoende veiligheid. Waarbij elk his­to­risch luikje plausibele parafernalia lijkt te leveren waarmee een risicobegrip weliswaar completer wordt maar ook minder te operationa­liseren, laat staan kwantitatief bekend. In deze aflevering daarom een optimistisch doorkijkje: als dat nou allemaal opgelost zou zijn, hoe nemen we dan een besluit over gevaarlijke activiteiten?

In dat geval hebben we een gevaarlijke activiteit met handelings­alternatieven zodat er wat te kiezen valt, zoals nietsdoen, veiliger maken of compenseren (zie Vlek in de IVEM-studie als illustratie). Er is een weten­schappelijk onderbouwde risicovector om die gevaren te kwantificeren (Slovic voltooid, zeg maar). Alle kosten en baten zijn vergelijkbaar in TALY (thoroughly adjusted life year), bepaald en voorhanden. Het eindigt op een of andere manier eendimensionaal (met een ordening die Savage tevreden stelt). En de selectie van gebeurtenissen is representatief voor elke betrokkene (volgens Douglas). Het hele proces is afschrikwekkend utopistisch, maar het resultaat denkbaar: een rijtje mogelijke handelingen met de gewaardeerde opbrengst voor elke gebeurtenis.

In de matrix hieronder zo'n resultaat. Het voorbeeld toont alle alternatieven als vier onderscheidbare handelingen. En een zeldzaam geval van consensus: drie onder­scheiden gebeurtenissen zijn representatief voor de hele onzekere toekomst. Laat bijvoorbeeld waterveiligheid onderstaande getallen illustreren. Doe niks lijkt de huidige aanpak bij dijkringen zonder onheil. En wat niet weet wat niet deert en absolute veiligheid bestaat niet, vandaar een bescheiden afname van de opbrengsten als het wél tegenzit. Dat ligt iets anders als we gaan roepen dat het veilig genoeg is, althans optimaal geregeld. Incidenten worden nu als waarschuwing gezien, bij een ongeval heeft iemand iets erg fout gedaan. Kostbare maatregelen zonder eerst kamervragen zijn tegenwoordig kansloos. Een ongeval leert pas de noodzaak en kan in zo'n getotaliseerde waardering best positief scoren. Tot slot saneren: terugkomen op bouwplannen in diepe polders, uiterwaarden, en zo. Politieke zelfmoord. Tenzij de ramp voldoende snel optreedt en dit prudente bestuur heldenstatus krijgt.

Afbeelding_Risicozoeker_14
Nu nog even de beste handeling kiezen.

In het grijze gebied staan de opbrengsten van vier beslissingscriteria uit de rationele keuzetheorie (er is wat afgerond op integers om steeds één beste keuze te krijgen). Om te beginnen de uitwerking voor een pessimis­t, die rekening houdt met de slechtste uitkomst per handeling. De uitwerking is de maximin (in de 1ste grijze kolom), met als keuze de handeling die ondanks tegenslag de hoogste uitkomst heeft. Doe niets is hier logisch, aangezien die handeling het hoogste gegaran­deerde minimum­­niveau geeft. Vermijding van spijt is een andere houding en de rationele uitwerking gebruikt minimaal misgelopen opbrengst (het maximum per gebeurtenis vergeleken met dat bij de gekozen handeling). Een spijtvermijder prefereert in dit voorbeeld maatregelen (kleinste in kolom 2). Optellen van alle drie mogelijke toekomsten kan ook (een Laplace-ruimte met apriori gelijke kansen tenslotte). Deze subjec­tivistische actor doet dan alleen door saneren recht aan alle eerder representatief geachte gebeurtenissen (en scoort zeven opbrengst­eenheden). Kennen en vertrouwen we kansen, bijvoorbeeld 5% voor elke ongewenste gebeurtenis, dan zijn verwachtingswaarden uit te rekenen. De uitkomst is nu onontkoombaar veilig genoeg (vanwege opbrengst 6 in de laatste kolom). Van elke handeling is dus onderbouwd dat het de beste van vier is, helemaal rationeel maar natuurlijk niet allemaal tegelijk waar, laat staan normatief verantwoord.

In dit geval is een complete opbrengstmatrix voorhanden, men het dus eens over de handelingen, de representatieve set uitkomsten én over alle waarderingen. En dan nog kan geen besluit genomen worden, althans gefundeerd worden binnen het aldus afgebakende beslissingsprobleem? De risico-analist denkt misschien even dat verwach­tings­waarde het beste informatie benut of soortgelijke forcering van rekenwijze naar beste criterium. De valkuil van een cirkel­redenering zal duidelijk zijn, maar ter overvloede ook nog een tegenspraak: in bovenstaande voorbeeld volgt dan niet de hoogste opbrengst (6 ipv. 7). En algemener volgens Cooke: zonder nadere eisen heeft die gebruikte 5% níets te doen met rationele beslissingstheorie (Risk Assessment and Rational Decision Theory. Dialectia Vol 26, nr.4, 1982). Er is dus iets zoek om een inzichtelijk en gefundeerd besluit te kunnen nemen en zolang dat mist, hebben we geen of een onbruikbaar risico. Besluitvorming met risico's is dus géén waardenvrije bezigheid met een strikte scheiding tussen risico­vaststelsters en besluitvormers, waarbij alleen laatstgenoemden de objectiviteit bezoedelen. Een risicoresultaat buiten de context van een gevaarlijke activiteit is zoiets als het antwoord op Adams Ultimate Question: 42. Een helder getal, maar betekent het ook iets?

We lijken niet verder dan de Gezondsheidsraad in de vorige eeuw: een bescheiden rol voor risico (Besliskundige beschouwing over de aanvaardbaarheid van gevaarlijke activiteiten. GZR A90/10). Ook bij  water­veilig­heid sluipen dan onvermijdelijk ad-hoc keuzes binnen. Zou bijvoorbeeld Deltares op basis van intuïties kiezen? Als beslissings­criterium namelijk onderdeel van de wetenschappelijke vooruitgang (Sabine Roeser in Handbook of Risk Theory, Springer, eind 2011).  Of ontkent dat nu juist een rationele gevaarsvoorstelling?

Aanvullende informatie

  • auteur: Johan de Knijff
  • bedrijf: